Home page

Uitleg Stafkaarten

Stafkaart oftewel Topografische kaart

Deze kaart die in Nederland wordt samengesteld door de Nederlandse Topografische Dienst, is in feite een verkleinde weergave van de werkelijkheid. Alle wegen en paden staan erop aangegeven. Hieronder een voorbeeld van een kaart met schaal 1:25.000.


Schaal
De schaal van de stafkaarten die het meest gebruikt wordt binnen Scouting is 1:25.000. Dit wil zeggen, 1 cm. op de kaart is dan in werkelijkheid 25.000 cm., ofwel 250 meter.
1 cm = 25.000 cm
1 cm = 2.500 dm
1 cm = 250 m

Deze verschillende schalen zijn er verder nog voor stafkaarten:
1:20.000 (1cm = 200m) België
1:25.000 (1cm = 250m)
1:50.000 (1cm = 500m)
1:100.000 (1cm = 1km)

Bij zowel de 1:25000 als de 1:50000 is elk vakje op de kaart altijd 1 bij 1 km.


Legenda
omdat op de kaart natuurlijk niet alles kan worden nagetekend, wordt gewerkt met tekens. De verklaring van de tekens heet de legenda. Als je de legenda van de kaart eens goed bekijkt, dan zie je hoeveel er wel niet allemaal op de kaart wordt aangegeven.

Op de kaart zie je ook bruine kronkelige lijnen. Dat zijn HOOGTELIJNEN. Die verbinden alle punten die op dezelfde hoogte liggen. Meestal om de 5 of 10 meter. Als er veel lijnen dicht bij elkaar staan dan betekent dat dat het daar erg steil is.


Oriënteren
Als je wilt weten waar je je op de kaart bevindt, dan moet je eerst weten hoe je de kaart moet vasthouden. Dat klinkt lachwekkend... maar hier wordt bedoeld: je moet het Noorden op de kaart ook in de richting van het noorden houden. "De kaart op het noorden leggen" of "oriënteren", heet dat. Het is wel handig om te weten dat bij de meeste kaarten de bovenkant het noorden is.


Wist je dat...?
Vroeger was de bovenkant van een kaart niet het Noorden maar het Oosten. Om de kaart goed te kunnen gebruiken moest men de bovenkant dus eerst naar het Oosten "de Oriënt" draaien, of terwijl "Oriënteren".

Coördinatengrid
Op de stafkaart staan van boven naar beneden (Noord naar Zuid) en van links naar rechts (West naar Oost) lijnen getekend. Deze lijnen zijn genummerd: de Noord-­‐Zuidlijnen zijn genummerd van 1 tot 299 en de West-­‐Oostlijnen van 300 tot 600. De lijnen vormen het coördinatengrid. Dit grid gebruik je bij een coördinatenroute. In Nederland heet dit het Rijksdriehoeksgrid.

Naast het Rijksdriehoeksgrid staan er nog meer coördinaten op een stafkaart. In alle hoeken van de kaart staan de graden van het geografische grid, dat je kunt gebruiken met een GPS. De blauwe getallen in de kantlijn zijn van het UTM-­‐grid dat ook door GPS gebruikt kan worden.


Kleuren
Op de kaart wordt met veel verschillende kleuren gewerkt. Dat ziet wel leuk uit, maar het is vooral heel erg handig. als je een beetje op de kleuren let, is het veel makkelijker om te zien waar je op de kaart bent. Een donkergroen vlak is een bos, een lichtgroen vlak is een grasveld. Sta je midden in een weiland en wil je weten waar dat op de kaart is, dan hoef je dus alvast niet bij de donkergroene gebieden te kijken.

Hoe meer je op de kleur, hoogtelijnen en tekens let, des te sneller zul je de omgeving op de kaart herkennen. Je zult dan waarschijnlijk ook minder snel verdwalen. De tocht, route of hike zal dan nog leuker worden. Hoewel verdwalen ook wel eens leuk kan zijn...


Bestellen van kaarten
Wie topografische kaarten nodig heeft, kan ze via het internet op meerdere plaatsen bestellen. Wij raden aan om te kijken op de website: www.deCartograaf.nl.

Bron en meer info: scoutpedia.nl

Verdere informatie

Er bestaat een verschil tussen het noorden van een Kaart en het noorden dat een kompas aanwijst. Dit verschil wordt Miswijzing genoemd. Dit komt doordat de 'Magnetische Noordpool' en het 'Kaartnoorden' niet precies samenvallen, met andere woorden de 'Magnetische Noordpool' ligt niet precies op de plek waar de Aarde omheen draait en kaarten staan niet altijd in de richting van de plek waar de Aarde omheen draait.

In de legenda van en topografische kaart staat bij "magnetische gegevens" de miswijzing aangegeven
Een kaart is een model. Het is een platte verkleinde voorstelling van de werkelijkheid vol gedetailleerde informatie over het landschap. De stafkaart diende vroeger uitsluitend militaire doeleinden, maar inmiddels zie je geen recreant meer zonder. Op zo'n kaart staan alle weggetjes, huizen, sloten, bosjes en andere belangrijke herkenningspunten getekend. Elk soort landschapselement heeft een eigen symbool of kleur en over landen gezien, zijn die niet uniform. Ze zijn dus cultuurbepaald. Wat voorbeelden van symbolen en kleuren op Nederlandse kaarten:
• snelwegen: paars zandwegen: wit kerken: rood symbool
• zendmasten: soort streepje

Er zijn allerlei topografische kaarten. Afhankelijk van de toepassing is de kaart zwart-­‐wit gekleurd of is de schaal anders.

Bekijk de kaart goed
Een stafkaart is dus een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Dat die werkelijkheid klein en plat is, maakt het kaartlezen voor sommige mensen zo moeilijk. Waar ben je en hoe vind je de weg? Daartoe heb je herkenningspunten nodig. Om jezelf te kunnen oriënteren moeten de volgende zaken op de kaart staan:
• Legenda (uitleg van alle kleuren en symbolen) Lengte-­‐ en breedtegraden
• Hoogtelijnen Pijl die naar het noorden wijst (staat meestal in de legenda) Schaal + schaalstaafje (daarmee schat je de juiste afstand)
• Details ter oriëntatie (bijv.: kerk, toren, brug, bijzondere bomen, perceelgrenzen, dijkje, rivier enz.). Deze worden toegelicht in de legenda. Snap de schaal De schaal geeft de verhouding tussen de afstanden op de kaart en die in werkelijkheid weer.

Een schaal van 1: 25000 betekent dat de horizontale afstand van 1 cm op de kaart in werkelijkheid 25000 cm is, wat neerkomt op 250 m. Een schaal van 1: 100000 betekent dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid één kilometer is.

Verschillende stafkaarten hebben verschillende schalen. 1: 50000 (1 cm = 500 m) en 1:25000 worden in Nederland het meeste gebruikt. Bij de laatste komt vier cm op de kaart overeen met één kilometer in het echt.

Ken de legenda Zoals hierboven gezegd geeft de legenda de betekenis van alle tekens en kleuren, ofwel de oriëntatiepunten, weer. Het is handig om er een aantal van te kennen, mocht de legenda op je kaart ontbreken. Veel symbolen spreken voor zich. Daarbij zijn ze uniform in de Nederlandse stafkaartenwereld. Het is handig om de verschillende symbolen en kleuren die horen bij de volgende oriëntatiepunten te onthouden:
• loofbos naaldbos akkers afrasteringen typen paden
• Bergen of heuvels: kijk naar de hoogtelijnen Bij een stafkaart van een heuvelachtig of bergachtig gebied heb je niet meer uitsluitend te maken met een horizontale verhouding op de kaart, maar ook met een verticale. De heuvels en bergen om je heen worden op elke stafkaart in beeld gebracht door hoogtelijnen. Deze lijnen verbinden punten met elkaar die zich op dezelfde hoogte bevinden. Zo zie je ook wat voor vorm een berg heeft: of hij langgerekt is of juist rond.

Tot slot
Je kan aan de hoogtelijnen ook zien hoe steil een route is: hoe steiler, hoe dichter de hoogtelijnen op elkaar staan.

Leer de zaken herkennen
Tweede weg links, derde naar rechts, eerste zandpad links... Veel mensen gebruiken een kaart om de wegen te tellen. Daarbij gaan ze ervan uit dat alle wegen op de kaart staan, maar dat is niet per definitie zo. Niet tellen dus. Ook al niet omdat je zo een hoop informatie negeert.

Leer de kaart kennen.
Bestudeer hem en je zult merken dat sommige zaken dusdanig logisch en consequent zijn dat het lezen van de kaart geen probleem meer hoeft te zijn. In plaats van wegen te tellen kijk je dus van kaart naar omgeving en andersom en je neemt de tijd om te bestuderen wat precies wat representeert. De kunst van het kaartlezen is lastig om te beschrijven. Je kunt hem uitsluitend al doende leren. Veel oefenen dus.

Bron en lees verder:
Scouting Hoograven